In onze gemeente broeden vier uilensoorten: Bosuil, Kerkuil, Steenuil en Ransuil. Sinds 2005 tellen we de aantallen van Bos- en Steenuil. Deze telling gebeurt elk jaar vóór de broedperiode omdat dan het territoriumgedrag het sterkst is. Per vooraf gedefinieerd vak (zie kaart) wordt de schreeuw van de uil afgespeeld. De aanwezige mannetjes roepen onmiddellijk terug om hun territorium te verdedigen. Zo stellen we hun aanwezigheid vast.


De hoogste concentraties steenuilen treffen we aan in de Raambeekvallei en de Dijlevallei. Deze uiltjes geven de voorkeur aan verruigde gebieden met voldoende knotwilgen en -eiken.
Bosuilen houden eerder van bossen, parken en grotere tuinen. Om de populatie te ondersteunen hebben we nestkasten opgehangen in de Broekelei, het golfterrein en enkele tuinen. Met succes! Dit laat ons toe de broedgevallen op te volgen en de jongen te ringen.
Ook kerkuilen broeden bij ons o.a. in de Heimolen en de schuur van de Botermolen. Van oorsprong een rotsbewoner hebben ze zich goed aangepast aan de menselijke omgeving. Het is de Vlaamse Kerkuilwerkgroep die opvolgt (www.kerkuilwerkgroep.be).
Ransuilen zijn hier veel zeldzamer. We vinden ze terug in bosachtige gebieden met naaldbomen en open terreinen. In de Broekelei noteerden we enkele jaren geleden een broedgeval in een oud eksternest.